Peulvruchten worden over de hele wereld geteeld, en sommige al duizenden jaren, zoals de linze en de erwt.

In Nederland worden bijvoorbeeld allerlei soorten erwten verbouwd en ook tuinbonen, witte bonen, bruine bonen en kievietsbonen. Verder zijn België, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en Canada teeltlanden voor erwten. Canada en Turkije zijn belangrijke teeltlanden voor in Nederland geconsumeerde linzen en kikkererwten. Daarnaast komen kikkererwten ook wel uit Rusland en linzen ook wel uit China. Uit Noord-Amerika komen verder limabonen, witte bonen, zwarte bonen en pintobonen. Bepaalde variëteiten zijn gebonden aan een bepaalde regio, zoals de puylinze aan de omgeving van Le Puy in Frankrijk en de Borlotti Lamon aan die van Lamon in Italië.
In het overzicht van het assortiment van Mahuna staat bij elke peulvrucht het land van herkomst vermeld. Naar het assortiment.

Bodemverbeteraars

Peulvruchten, zoals erwten, bonen en linzen, behoren tot de vlinderbloemige planten, de Fabaceae. Die hebben gunstige eigenschappen voor de bodem. Ze kunnen namelijk indirect – via bacteriën in hun wortelknolletjes – stikstof binden uit de lucht. Door het onderwerken van stikstofrijke plantenresten krijgt de bodem zo extra voedingsstoffen.

Daarom worden peulvruchten geteeld tussen andere gewassen door (vruchtwisseling). Door het stikstofbindende vermogen van peulvruchten wordt de bodemvruchtbaarheid verbeterd en zijn in vervolgteelten minder meststoffen nodig. Dit geldt met name voor grond die arm is aan voedingsstoffen. Sommige peulvruchtensoorten kunnen op minder vruchtbare grond geteeld worden waar andere gewassen slecht gedijen.